Volkshuisvesting kan het huurcontract in vier gevallen opzeggen:

  • als een van de huurders (of zijn kinderen) een woning in gedeeltelijke of volledige volle eigendom of  gedeeltelijk of volledig in vruchtgebruik verwerft in binnen- of buitenland. De opzegtermijn bedraagt zes maanden;
    ⇒ als de woning verworven werd door schenking of erfenis, moet deze binnen het jaar na verwerving vervreemd worden. Als dit niet lukt, wordt de huurovereenkomst opgezegd.
        De opzegtermijn bedraagt dan zes maanden;
  • als een van de huurders (of zijn kinderen) een bouwgrond in gedeeltelijke of volledige volle eigendom of gedeeltelijk of volledig in vruchtgebruik verwerft in binnen- of buitenland. De opzegtermijn bedraagt dan vijf jaar;
    ⇒ als de bouwgrond verworven werd door schenking of erfenis, moet deze binnen 5 jaar na verwervingd vervreemd worden. Als dit niet lukt, wordt de huurovereenkomst opgezegd.
        De opzegtermijn bedraagt dan zes maanden;
  • als een van de huurders blijvend zijn verplichtingen als huurder niet nakomt. De opzegtermijn bedraagt dan drie maanden;
  • als een van de huurders foute informatie heeft gegeven aan de verhuurder en hierdoor bepaalde voordelen heeft genoten waarop hij eigenlijk geen recht had (zoals een lagere huurprijs of toegang tot een sociale woning). De opzegtermijn bedraagt ook hier drie maanden.
  • als de laatste huurder van categorie A of B overlijdt en er nog huurders van categorie C (kinderen, broers, zussen, anderen...) overblijven. De opzegtermijn bedraagt dan zes maanden;

Als Volkshuisvesting het huurcontract opzegt, dan geldt dat voor iedereen die in de woning woont.