De huurprijs die je zal betalen voor jouw sociale woning is afhankelijk van een aantal factoren. Hieronder krijg je meer uitleg over hoe jouw huurprijs berekend zal worden

1. Inkomen

Voor de berekening van de huurprijs houden we rekening met de inkomens van alle meerderjarigen die in de sociale woning wonen. Meerderjarige kinderen die nog ten laste zijn, worden niet meegerekend. 
Volgende inkomens worden meegerekend:

  • het gezamenlijk belastbaar inkomen op het meest recente aanslagbiljet;
  • de afzonderlijk belastbare inkomsten op het meest recente aanslagbiljet;
  • het leefloon;
  • de inkomensvervangende tegemoetkoming aan personen met een handicap;
  • de beroepsinkomsten uit het buitenland of verworven bij een Europese of internationale instelling, die van belasting worden vrijgesteld.

We kijken ook naar de inkomensgrenzen om jouw huurprijs te berekenen.
De inkomensgrenzen voor 2020 zijn:

  • alleenstaande: 25.317 euro
  • alleenstaande met een handicap: 27.438 euro
  • anderen: 37.974 euro. Per persoon ten laste tel je er 2.123 euro bij. Een persoon ten laste is een kind of een persoon met een handicap.

Verdien je minder dan de inkomensgrens?

We delen jouw geïndexeerde inkomen door 55.

Verdien je meer dan de inkomensgrens?

Dan delen we jouw geïndexeerde inkomen door 54, 53 of 52. Dat gaat zo:

  • jouw inkomen is hoger dan de inkomensgrens, maar lager dan 125%: we delen door 54.
  • jouw inkomen is minstens 125%, maar lager dan 150% van de inkomensgrens:
    we delen door 53.
  • jouw inkomen is 150% van de inkomensgrens of hoger: we delen door 52.

 

2. Marktwaarde/basishuurprijs
De marktwaarde is de huurprijs die je zou betalen als jouw huurwoning geen sociale woning zou zijn. De marktwaarde wordt berekend door de sociale huurschatter. Deze huurschatter houdt rekening met heel wat factoren:

Je betaalt nooit meer dan de marktwaarde (kosten voor water, cv... niet meegerekend).

3. Energiecorrectie
Als jouw woning energiezuinig is (bijvoorbeeld door extra goede beglazing, isolatie, verwarming...), moet je extra bijbetalen. Voor de berekening van deze toeslag gebruiken we het EPC-verslag dat bij jouw woning hoort. 
Je betaalt een energiecorrectie in volgende gevallen:

  • je woont in een appartement dat omgeven is door andere appartement + de EPC-waarde van jouw appartement is 200 of lager;
  • je woont in een hoekappartement + de EPC-waarde van jouw appartement is 250 of lager; 
  • je woont in een woning + de EPC-waarde van jouw woning is 250 of lager.

De toeslag is nooit hoger dat wat je uitspaart aan energiekosten.

De energiecorrectie wordt jaarlijks op 1 januari aangepast. 

4. Patrimoniumkorting

We vertrekken van de markthuurwaarde van de woning. Afhankelijk van de markthuurwaarde, wordt er nog een korting gegeven. Sociale woningen met een lage markthuurwaarde (bijvoorbeeld oudere woningen of woningen in een minder aantrekkelijke buurt) krijgen een grote korting. Hoe goedkoper de woning, hoe groter de extra korting. Dit noemen we de patrimoniumkorting. Als de private huurmarkt duurder wordt, wordt deze korting aangepast. Zo blijven sociale woningen betaalbaar.

Voor 2020 gelden volgende bedragen:

  • Voor een woning met een marktwaarde lager of gelijk aan 283 euro, is de patrimoniumkorting 144 euro.
  • Voor een woning met een marktwaarde hoger of gelijk aan 736 euro, is er geen patrimoniumkorting.
  • Voor woningen met andere marktwaarden, wordt de patrimoniumkorting berekend via een formule.

De patrimoniumkorting staat vermeld op de berekeningsnota die je meekrijgt bij de start van je huurovereenkomst.

5. Gezinskorting

In 2020 bedraagt de normale gezinskorting 19 euro per persoon ten laste.

  • Als je kind officieel op jouw adres woont, krijg je 19 euro korting.
     
  • Als je kind niet officieel op jouw adres woont, maar het verblijft regelmatig bij jou (co-ouderschap, bezoekrecht,...), krijg je de helft van de korting: 9,5 euro. Als jij en de andere ouder bij Volkhuisvesting of een andere sociale huisvestingsmaatschappij wonen, krijgt iedere ouder een gezinskorting van 9,5 euro.
    Om deze korting te krijgen, moet je ons een ingevulde en ondertekende verklaring op eer over omgangsregeling bezorgen.
     
  • Als jij en/of een ander gezinslid een handicap heeft die voor meer dan 66% wordt erkend, is dat gelijk aan een persoon ten laste. Dat kan je bewijzen met een document waarop het percentage van de handicap staat. Voor niet-gepensioneerden kan dit een bewijs van de mutualiteit zijn. Voor gepensioneerden is dat een eenmalig bewijs van de mutualiteit. Ook de FOD Sociale Zekerheid, DG Personen met een handicap kan een attest van handicap afleveren.
     
  • Voor kinderen ten laste die een handicap van meer dan 66% hebben, is er een dubbele gezinskorting van 38 euro.

6. Minimum en maximum

Je betaalt dus nooit meer dan de marktwaarde van jouw woning.
Er is ook een absoluut minimum. Voor 2020 gelden volgende bedragen:

  • Voor een woning met een marktwaarde lager of gelijk aan 283 euro, is de minimale huurprijs 126 euro.
  • Voor een woning met een marktwaarde hoger of gelijk aan 736 euro, is de minimale huurprijs 252 euro.
  • Voor woningen met andere marktwaarden, wordt de minimale huurprijs berekend via een formule.

De minimum- en maximumhuurprijs staat vermeld op de berekeningsnota die je meekrijgt bij de start van je huurovereenkomst.

7. Formule

Reële huurprijs = (jouw geïndexeerd inkomen / 55 of 54 of 53 of 52) + energiecorrectie - patrimoniumkorting - gezinskorting 

Als je na deze berekening onder de minimumhuurprijs zit, zal jouw huur gelijk zijn aan de minimumhuurprijs.
Als je na deze berekening boven de maximumhuurprijs zit, zal jouw huur gelijk zijn aan de maximumhuurprijs.

Totale huurprijs = reële huurprijs + kosten en lasten (bijvoorbeeld poetsen van de gangen, verlichting in gemeenschappelijke delen, onderhoud cv-ketel, water...)

8. Herberekening op huidig inkomen

Als je op dit ogenblik 20% (één vijfde) minder verdient dan in het jaar van je meest recente aanslagbiljet, kom je in aanmerking voor een herberekening van je huurprijs. 
Meer info vind je hier.